LOADING

VOORBEELDVRAGEN BIOLOGIE


De antwoordsleutel voor de vragenreeks vind je onderaan

VRAAG 1

Volgens het ABO-systeem vindt men bij de mensen 4 bloedgroepen: A, B, AB en O. In het serum kunnen antistoffen voorkomen, die klontering veroorzaken. Zo veroorzaakt anti-A klontering bij iemand van bloedgroep A of bloedgroep AB; anti-B zal dan weer klontering veroorzaken bij iemand van bloedgroep B of AB. Beide antistoffen hebben geen effect bij iemand van bloedgroep O.
Om de bloedgroep te bepalen kan men gebruik maken van oplossingen die een bepaalde antistof bevatten:

Stacks Image 2046

Het flesje met de blauwe dop bevat anti-A, het flesje met de gele dop anti-B en het flesje met de zwarte dop bevat zowel anti-A als anti-B.

Men neemt nu van een persoon een bloedstaal en voegt bij de helft van het monster enkele druppels van de anti-A oplossing en bij de andere helft enkele druppels van de anti-B oplossing. In beide gevallen treedt er een klontering op.

Welke bloedgroep heeft die persoon?

A. bloedgroep A
B. bloedgroep B
C. bloedgroep O
D. bloedgroep AB


VRAAG 2

De prostaat is een klier die een onderdeel is van het mannelijk voortplantingsstelsel bij zoogdieren en die een vocht produceert dat deel uitmaakt van de zaadlozing. Oudere mensen krijgen nogal vaak kanker aan deze klier. Het diagram toont de leeftijdsverdeling van een groep patiënten met prostaatkanker.

Stacks Image 2050

Hoeveel procent van de patiënten uit deze groep is jonger dan 60 jaar?

A. ongeveer 5%
B. ongeveer 10%
C. ongeveer 15%
D. ongeveer 20%


VRAAG 3

Hieronder zie je enkele afbeeldingen van bepaalde dierlijke cellen:

Stacks Image 2055

Welke van deze celtypes vind je niet terug in een oorschelp?

A. celtype A
B. celtype B
C. celtype C
D. geen enkel van de weergegeven celtypes wordt aangetroffen


VRAAG 4

Stacks Image 2062

In rust klopt het hart van een volwassene gemiddeld 70 maal per minuut.

Bij elke hartslag wordt dan gemiddeld 70 ml bloed uit elke kamer weggepompt.

Hoeveel ml bloed bereikt volgens bovenstaande gegevens gemiddeld per minuut het hart via de holle aders?

A. 4900 ml
B. 2800 ml
C. 700 ml
D. 350 ml


VRAAG 5

Stacks Image 2069


Een groep bacteriën die door celdeling uit één bacterie is ontstaan noemt men een bacteriekolonie. Als de omstandigheden gunstig zijn kunnen bacteriën zich zeer snel delen.

Bij een bepaalde bacteriesoort treedt om de 6 minuten een celdeling op.

Uit hoeveel bacteriën kan deze kolonie maximaal bestaan na 1 uur?

………

(Open vraag, een getal dient ingevuld te worden)


VRAAG 6

In de tabel wordt de samenstelling van 100 g moedermelk vergeleken met 100 g van enkele andere melksoorten:

Stacks Image 2077

6.1 Welke melksoort levert de meeste energie op per 100 g?

A. Geitenmelk
B. Koemelk
C. Moedermelk
D. Schapenmelk

6.2 Van welke groep stoffen bevindt zich, naast water, de grootste hoeveelheid in 100 g moedermelk?

A. Eiwitten
B. Vetten
C. Koolhydraten
D. Mineralen


VRAAG 7

Peter is met zijn 1,65 m te zwaar voor zijn lengte en leeftijd. Hij besluit om af te vallen en gaat op dieet. Van de diëtiste moet hij zich 1x per week wegen en de diëtiste zet deze gegevens uit in een grafiek:

Stacks Image 2084

Om het gewicht van Peter te beoordelen maakt de diëtiste gebruik van de Body Mass Index (BMI), die als volgt wordt berekend:

BMI = gewicht in kg / (lengte in m)2

Bij een BMI van meer dan 25 is iemand te zwaar en bij een BMI van minder dan 20 is men te licht.

Hoeveel bedroeg de BMI van Peter na 5 weken? ................... (waarde invullen tot op 3 cijfers na de komma)


VRAAG 8

Iemand laat een blijvende tatoeage zetten. De wondjes die hierdoor ontstaan gaan bloeden.

Stacks Image 2091

Welke huidlaag of welke huidlagen zijn in ieder geval beschadigd?

A. Alleen de hoornlaag
B. Alleen de hoornlaag en de kiemlaag
C. Alleen de hoornlaag, de kiemlaag en de lederhuid
D. De hoornlaag, de kiemlaag, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel


VRAAG 9

Stacks Image 2098

Insuline is een hormoon, dat o.a. de glucoseopname door lichaamscellen vanuit het bloed stimuleert. Als je dit weet, lees dan aandachtig volgende beweringen:

1. Als door de dekweefselcellen van de dunne darm na een suikerrijke maaltijd glucose wordt geresorbeerd, stijgt de afgifte van insuline.
2. Als iemand enkele uren niet heeft gegeten, stijgt de afgifte van insuline.
3. Als de insulineconcentratie in het bloed laag is, wordt door bepaalde organen, waaronder lever en spieren, weinig of geen glucose uit het bloed opgenomen.
4. Een hoge insulineconcentratie stimuleert de afgifte van glucose door de lever.

Welke van deze beweringen zijn juist?

A. alleen 1 en 3
B. alleen 1 en 4
C. alleen 2 en 3
D. alleen 2 en 4


VRAAG 10

Stacks Image 2107

Gegeven twee soorten pinguins. Hun gemiddelde lengte staat bij de afbeelding.

Eén soort leeft in het zuidpoolgebied en de andere aan de evenaar.

In een dierentuin bevinden dieren van beide soorten zich in rust bij een temperatuur van 10 °C.

Bij welke dieren zal de warmteproductie per kg lichaamsgewicht in deze omstandigheden het grootst zijn?

Welke soort is gezien de verhouding lichaamsoppervlak tot lichaamsvolume het best aangepast aan een koud klimaat?

A. Soort P produceert het meest warmte en is het best aangepast aan een koud klimaat
B. Soort Q produceert het meest warmte en is het best aangepast aan een koud klimaat
C. Soort P produceert het meest warmte en soort Q is het best aangepast aan een koud klimaat
D. Soort Q produceert het meest warmte en soort P is het best aangepast aan een koud klimaat